Delfzijl – De tweede replica van het in 1618 gezonken VOC-schip De Halve Maen komt tijdens DelfSail naar Delfzijl.

De Halve Maen is een jacht. De naam ‘jacht’ voor een scheepstype is terug te leiden naar de schepen die in de zestiende eeuw werden ingezet om op piratenschepen te jagen. Het waren niet al te grote, snelle en heel goed manoeuvreerbare schepen. In het begin van de zeventiende eeuw wordt voor dit scheepstype ook vaak de naam pinas gebruikt.

Geschiedenis
Het originele VOC-Schip verging in 1618 nadat het voor de Javaanse kust door de Engelsen in brand was geschoten en zonk. Begin 1909 wordt op de Rijksmarinewerf in Amsterdam onder leiding van scheepsarchitect C.L. Loder en ingenieur E.J. Benthem begonnen met de bouw van een replica van de Halve Maen.

Het schip is een cadeau van de Nederlandse bevolking aan de stad New York die dat jaar het driehonderd-jarig jubileum van de reis van Henry Hudson viert.
In de zomer van 1909 wordt de replica aan boord van het vrachtschip SS Soestdijk van de Holland-Amerika Lijn naar New York gebracht, waar het veel bekijks trekt.

Brand
Na jaren in de New Yorkse wateren te hebben rondgevaren, gaat de replica van de Halve Maen in 1934 verloren door brand.

Tweede replica
Op 23 juli 1988 wordt op de Snow Dock werf in Albany, de hoofdstad van de staat New York, de kiel gelegd voor een nieuwe, tweede replica van het VOC-jacht de Halve Maen. De initiatiefnemer van het project is dr. Andrew Hendricks. Zijn voorouders wagen in 1659 vanuit Barneveld de oversteek naar de Nieuwe Wereld. Hendricks wil met de bouw van de Halve Maen de aandacht vestigen op de zijn inzien wat ondergesneeuwde bijdrage van de Nederlandse kolonisten aan de geschiedenis van de Verenigde Staten. De Halve Maen wordt gebouwd onder leiding van de ervaren scheepsarchitect Nick Benton, na uitgebreid onderzoek in zeventiende-eeuwse bronnen en grondige studie van de replica uit 1909.

Op 10 juni 1989 wordt de Halve Maen feestelijk gedoopt en te water gelaten. Op 6 september legt de Nederlandse consul Jan Hesseling een speciaal voor de gelegenheid geslagen dukaat onder de drie masten van het schip, waarvan de grote mast met z’n 24 meter de hoogste is. Vanwege een vroeg invallende winter duurt het nog enkele maanden voordat het schip in het voorjaar van 1990 aan zijn ‘maidenvoyage’ kan beginnen.

Tijdens de bouw van de Halve Maen wordt een organisatie opgezet, het New Netherland Museum, dat het jacht gaat exploiteren. Het schip vaart van haven naar haven, Van de Great Lakes tot Nova Scotia in Canada en van Albany tot Chespeak Bay draagt het New Netherland Museum daarmee het verhaal uit van het Nederlandse bijdrage aan de Amerikaanse geschiedenis en de ontmoeting tussen de Hollanders en de ‘native Americans’.

Miljoenen Amerikanen hebben de Halve Maen sindsdien zien varen. Honderdduizenden zijn aan boord geweest, waaronder vele scholieren uit de VS en Nederland die op het schip hun eigen onvergetelijke ‘voyage of discovery’ meemaken.

Naar Nederland
Er worden door het New Netherland Museum plannen gemaakt voor een nieuwe uitdaging voor het schip. Een trans-Atlantische missie, naar Nederland. Terug naar het land waar de geschiedenis van de oorspronkelijke Halve Maen begon. Het New Netherland Museum vindt in de stad Hoorn, in het bijzonder in het Westfries Museum, een partner die deze uitdaging aan wil gaan. Op 16 december 2014 besluit de gemeenteraad van Hoorn de Halve Maen op basis van een bruikleenovereenkomst voor een periode van minimaal vijf jaar naar de prachtige VOC-stad te halen.

De Halve Maen wordt in de haven van Newport aan boord van de MS Traveller gehesen voor een reis van drie weken naar Nederland. Het schip komt op 23 mei aan in de nieuwe thuishaven Hoorn.

DelfSail 2016
De Halve Maen zal van 29 juni tot 3 juli in de haven van Delfzijl liggen.

Advertenties