Nederland – De kwaliteit van het onderwijs staat onder druk en er zijn grote verschillen tussen sectoren en regio’s. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs in de jaarlijkse Staat van het Onderwijs, die op 15 april werd gepresenteerd tijdens het gelijknamige congres.
Regio bepaalt onderwijskansen
Een opvallende bevinding is dat de onderwijsloopbaan van leerlingen en studenten in sterke mate samenhangt met de regio waar zij opgroeien. Verschillen ontstaan al vroeg — bij het krijgen van voorschoolse educatie — en lopen door tot aan de positie op de arbeidsmarkt. Volgens de inspectie mag het niet uitmaken in welke regio een leerling opgroeit. Elke leerling heeft recht op de plek die het best past bij de eigen capaciteiten. De inspectie roept scholen en besturen op de uitkomsten te duiden in de eigen context en waar nodig maatregelen te nemen.
Voor de regio Eemsdelta en Oost-Groningen zijn deze bevindingen extra relevant. De regio kampt van oudsher met achterstanden op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, waardoor de regionale ongelijkheid die de inspectie signaleert hier extra hard kan aankomen.
Basisvaardigheden blijven zorgen baren
In het basisonderwijs zijn de resultaten gestabiliseerd, maar in de onderbouw van het voortgezet onderwijs dalen de prestaties op leesvaardigheid en woordenschat verder. Ook rekenen en wiskunde laten een negatieve ontwikkeling zien. Scholen krijgen nog steeds veel herstelopdrachten voor taal, rekenen en burgerschap. In het mbo zijn de resultaten op het centraal examen Nederlands zorgelijk: een derde van de mbo 2-gediplomeerden haalt het taalniveau niet dat nodig is om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij.
Schoolleiders onder druk
De inspectie wijst op de cruciale rol van schoolleiders bij het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Tegelijkertijd is het zorgelijk dat een derde van de schoolleiders onvoldoende toekomt aan onderwijskundig leiderschap, door een hoge werkdruk en een breed takenpakket.
Inspecteur-generaal Alida Oppers stelt het scherp: “Goed onderwijs ontstaat waar schoolleiders en leraren scherp zicht houden op de kwaliteit van het onderwijs en bijstellen waar dat nodig is. Te veel schoolleiders komen onvoldoende toe aan deze taken. Dit vraagt om bestuurlijke aandacht, duidelijke keuzes en blijvende focus.”
Reactie Den Haag
Ook vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kwamen reacties. Staatssecretaris Judith Tielen benadrukt dat lezen, schrijven en rekenen topprioriteit moeten blijven. “Deze vaardigheden zijn onmisbaar om elkaar te begrijpen en volwaardig mee te doen in vervolgonderwijs, de economie en de samenleving. De schoolleider vervult een sleutelrol in onderwijsontwikkeling en kwaliteitsverbetering en verdient ruimte en ondersteuning voor het werk met lerarenteams.”
Minister Rianne Letschert sluit zich daarbij aan. “Het belang van beter onderwijs in ons land is nauwelijks in woorden uit te drukken. Sterk onderwijs is een randvoorwaarde voor een veilige en gelukkige toekomst. Ik merk bij de mensen in het onderwijs veel passie en motivatie om de kwaliteit te verhogen. We zijn echt aan onszelf verplicht om hier samen werk van te maken.”




