Eemsdelta – De fractie van Eerlijk Democratisch Eemsdelta heeft bij het college van burgemeester en wethouders schriftelijke vragen ingediend over de voortgang van het Speelruimteplan in de gemeente. Aanleiding vormen signalen dat kinderen en volwassenen met een fysieke beperking onvoldoende worden meegenomen in de ontwikkeling van toegankelijke speelplekken.
De partij maakt zich zorgen over de beperkte participatie van mensen met een beperking bij het opstellen van het plan. In een eerder aangenomen motie over inclusieve speeltuinen, die in november 2024 werd besproken, riep de fractie het college op om ouders en kinderen met een beperking actief te betrekken bij het Plan van Aanpak. Dat lijkt volgens fractievoorzitter Janny Volmer onvoldoende gebeurd.
“Het gaat hier niet om dure toestellen, maar om basisvoorzieningen zoals een eenvoudig tegelpad of andere vorm van verharding,” stelt Volmer. “Zodat een kind in een rolstoel, iemand met een rollator of een ouder met een kinderwagen überhaupt bij de speelplek kan komen. Zonder toegang is er ook geen deelname.”
De partij wijst op de wettelijke verplichting om openbare plekken voor iedereen toegankelijk te maken. Volgens Eerlijk Democratisch Eemsdelta zijn de obstakels die worden genoemd niet onoverkomelijk en zou inclusiviteit als uitgangspunt moeten gelden bij de inrichting van de openbare ruimte.
Vijf concrete vragen aan het college
De fractie wil onder meer weten waarom niet standaard wordt gekozen voor toegankelijke paden in speeltuinen, of er sprake is van een misverstand over de aard van de voorzieningen, en of het college erkent dat niet kunnen deelnemen aan het spel ook sociale uitsluiting betekent.
“Het gaat niet alleen om het recht om te spelen, maar ook om het gevoel erbij te horen,” aldus Volmer. “Toegankelijkheid gaat over meedoen, gezien worden en jezelf welkom voelen in je eigen wijk.”
Politieke en maatschappelijke druk groeit
De brief sluit aan bij een bredere maatschappelijke roep om inclusievere speelplekken in Nederland. Ook organisaties als Ieder(in) en het Gehandicaptenplatform pleiten al langer voor meer fysieke toegankelijkheid in de openbare ruimte.




