fbpx
13.7 C
Delfzijl
vrijdag 18 september 2020
Home Algemeen Raad van State: 'Appingedam moet beter onderbouwen waarom Bristol te weren van...

Raad van State: ‘Appingedam moet beter onderbouwen waarom Bristol te weren van Woonplein’

Appingedam – De gemeenteraad van Appingedam moet beter onderbouwen waarom het gerechtvaardigd is om reguliere detailhandel van het Woonplein te weren, de Bristol wil zich hier vestigen maar de gemeente Appingedam staat dit niet toe. De ‘brancheringsregels’ die de gemeenteraad daarvoor in het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ had opgenomen, voldoen op dit moment niet aan de voorwaarden uit de Europese Dienstenrichtlijn.

Dat volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag. De gemeenteraad krijgt nu een half jaar de tijd om het bestemmingsplan aan te passen.

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het Woonplein in Appingedam en staat daar alleen detailhandel in omvangrijke artikelen toe, zoals meubelen, keukens en bouwmaterialen. De gemeenteraad wil op die manier voorkomen dat zich reguliere detailhandel vestigt op het Woonplein, omdat dat negatieve gevolgen zou hebben voor het winkelgebied in het centrum. Maar volgens een eigenaar van winkelpanden aan het Woonplein zijn deze brancheringsregels in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn.

Evenredigheid
In de uitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat nog niet kan worden uitgemaakt of aan de voorwaarde van evenredigheid uit die richtlijn is voldaan. De gemeenteraad ging er namelijk van uit dat als op het Woonplein ook reguliere detailhandel zou worden toegelaten, dat zou zorgen voor een minder leefbaar centrumgebied met meer leegstaande winkels. Maar die stelling is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet onderbouwd ‘aan de hand van een analyse met specifieke gegevens’.

Dat betekent dat de Afdeling bestuursrechtspraak op dit moment nog niet kan beoordelen of de gemeenteraad redelijkerwijs de conclusie kon trekken dat de brancheringsregels evenredig zijn, dat wil zeggen ‘niet verder gaan dan nodig zijn om het beoogde doel te bereiken en of dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt’.

Tussenuitspraak
De gemeenteraad van Appingedam krijgt van de Afdeling bestuursrechtspraak nu een half jaar de tijd om de evenredigheid van de brancheringsregels in het bestemmingsplan alsnog te onderbouwen of het bestemmingsplan aan te passen. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak beoordelen of de gemeenteraad aan de opdracht heeft voldaan en een definitieve uitspraak doen over de vraag of de brancheringsregels in het bestemmingsplan zijn toegestaan.

Prejudiciële vragen
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het Hof van Justitie in januari 2016 vragen over deze zaak. Zij wilde van het Hof onder meer weten of detailhandel in goederen ook onder de Europese Dienstenrichtlijn valt. Het Hof beantwoordde die vraag in januari 2018 bevestigend.

Maar of de brancheringsregels uit het bestemmingsplan vervolgens ook aan de voorwaarden van de Dienstenrichtlijn voldoen, waaronder de evenredigheid, moest de Afdeling bestuursrechtspraak van het Hof zelf beslissen.