Menkemaborg belicht slavernijverleden

Uithuizen – Vanaf 21 mei is in Museum Menkemborg in het kader van de manifestatie Bitterzoet Erfgoed in de stad en de provincie aandacht voor het slavernijverleden. Ruim 400 jaar geleden, in 1621,  werd de West-Indische Compagnie opgericht met een Groningse afdeling, de zogenoemde ‘Kamer Stad en Lande’. Twintig jaar na de oprichting treedt Abel Coenders Lewe toe tot de Groningse kamer, omdat hij vindt dat meer “omlandische personen” in de kamer vertegenwoordigd moeten zijn.

Sindsdien behoorden de families Clant, Alberda en Lewe, allen oud bewoners van de Menkemaborg, tot de prominente geslachten die de WIC tot 1791 bestuurden. De Groningse Kamer heeft naar schatting 30.000 Afrikanen over de Atlantische Oceaan naar Amerika gedeporteerd en daar als slaaf verkocht.

Een groot deel van wat er op de Menkemaborg te zien is, is door middel van zeehandel naar Uithuizen gekomen. Goederen als porselein, meubels, textiel en etenswaren zijn door tot slaafgemaakten geproduceerd en getransporteerd, maar voor deze handelswaar en arbeid werd geen eerlijke prijs betaald. De tentoonstelling Bitterzoet Erfgoed. Ommelander elite en slavernij is tot 31 december te zien.

Back to top button