Nederland – Minister Van den Brink van Asiel en Migratie heeft een nota van wijziging bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring ingediend bij de Tweede Kamer. Met de voorgestelde wijziging wil het kabinet het mogelijk maken om vreemdelingen sneller ongewenst te verklaren.
De maatregel maakt deel uit van een breder pakket aan migratiemaatregelen dat wordt voorbereid nadat de Asielnoodmaatregelenwet eerder door de Eerste Kamer werd verworpen.
Een ongewenstverklaring is een zware maatregel die kan worden opgelegd aan vreemdelingen die een misdrijf hebben gepleegd, met justitie in aanraking zijn gekomen of een gevaar vormen voor de openbare orde. Personen die ongewenst worden verklaard, moeten Nederland direct verlaten en mogen niet terugkeren.
Wie ondanks een ongewenstverklaring toch in Nederland verblijft, pleegt een strafbaar feit. Volgens het kabinet moet de maatregel vaker kunnen worden ingezet en moet overtreding ervan strenger worden bestraft.
Minister Van den Brink noemt de uitbreiding noodzakelijk. “Het uitbreiden van de ongewenstverklaring is een broodnodige maatregel om overlastgevers en misdrijfplegers steviger aan te pakken en de terugkeer te vergroten. Dit is een belangrijke stap om meer grip op migratie te krijgen,” aldus de minister.
De voorgestelde wetswijziging bevat meerdere onderdelen. Zo wordt de doelgroep uitgebreid, waardoor de ongewenstverklaring ook kan gelden voor vreemdelingen die onder de Europese Terugkeerrichtlijn vallen, waaronder asielzoekers.
Daarnaast wil het kabinet het mogelijk maken om naast een inreisverbod ook een ongewenstverklaring op te leggen. Daarmee krijgt de overheid volgens de minister meer mogelijkheden om vertrek af te dwingen van personen zonder verblijfsstatus.
Verder wordt de strafrechtelijke handhaving aangescherpt. Vreemdelingen die ondanks een ongewenstverklaring toch in Nederland verblijven, kunnen volgens het voorstel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd krijgen.
Het kabinet spreekt van een noodzakelijke stap om meer grip te krijgen op migratie en een deel van de maatregelen uit de afgewezen asielnoodwet alsnog in te voeren.




