Delfzijl – ‘Ik probeer een dossier op te bouwen, want samen staan we sterker. Ik krijg inmiddels veel berichten van starters die net als wij vastlopen op de woningmarkt en geen perspectief zien.’
Voor de 23-jarige Dianne Mellema uit Delfzijl is de zoektocht naar een woning allang meer dan een persoonlijk probleem. Haar verhaal staat niet op zichzelf. Mellema werkt als MVG-begeleidster en wil een zelfstandig bestaan opbouwen in haar eigen omgeving. Vier jaar lang stond ze samen met haar partner ingeschreven voor een sociale huurwoning. Ze dachten dat het moment dichtbij kwam.
‘We stonden vaak rond plek twee of drie als we reageerden. Dan ga je ervan uit dat het niet lang meer duurt.’ Die verwachting verdween na de invoering van het gezamenlijke platform Groningen Huurt.
Van bijna aan de beurt naar opnieuw beginnen
Sinds de invoering van Groningen Huurt kunnen woningzoekenden reageren op woningen in de hele provincie. Daardoor is de concurrentie per woning toegenomen. Voor Mellema had dat directe gevolgen. ‘Na die verandering stonden we ineens rond plek vijftig of zestig. Het voelde alsof we weer helemaal opnieuw moesten beginnen.’ Samen met haar partner nam ze contact op met verschillende instanties, onder meer Acantus. Het antwoord was telkens hetzelfde. ‘We kregen te horen dat we gewoon pech hadden en dat er niets aan te doen was. Dan heb je het gevoel dat je tussen wal en schip valt.’
Gedwongen vertrek door sloop
De druk nam verder toe toen duidelijk werd dat hun huidige woning onderdeel is van de versterkingsopgave in het aardbevingsgebied, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Nationaal Coördinator Groningen. De woning gaat op termijn tegen de vlakte.
‘Heel lang is tegen ons gezegd dat we hier konden blijven wonen. Daardoor voelden we die druk niet om sneller iets anders te zoeken. Nu zitten we ineens in de sloopfase en moeten we eruit. In oktober beginnen ze.’
De zoektocht naar een andere woning is daarmee geen keuze meer, maar noodzaak. Hoewel er in sommige gevallen tijdelijke oplossingen zijn, zoals opvang bij familie of een wisselwoning, ervaren starters dat zij zonder eigen woning dreigen vast te lopen.
Meer reacties, minder kans
In Eemsdelta hebben starters te maken met een tekort aan betaalbare woningen, lange wachttijden en een systeem waarin inschrijftijd bepalend is. Sinds de invoering van Groningen Huurt reageren bovendien meer woningzoekenden op hetzelfde aanbod.
Daar komt bij dat een deel van de woningvoorraad nodig is voor de versterkingsopgave, waardoor minder woningen beschikbaar zijn voor reguliere verhuur. De gemeente gaat in haar woonvisie uit van een behoefte aan honderden extra woningen in de komende jaren. Bij woningcorporaties bepaalt inschrijftijd in de praktijk wie een woning krijgt. Voor starters betekent dat dat zij onderaan beginnen.
Volgens Acantus worden sociale huurwoningen toegewezen via het provinciale platform Groningen Huurt. ‘Hoe langer iemand staat ingeschreven, hoe groter de kans op een woning. We maken daarin geen onderscheid tussen starters en andere woningzoekenden.’
De corporatie bevestigt dat sinds de invoering van het gezamenlijke systeem meer mensen op dezelfde woningen reageren. ‘Woningzoekenden kunnen nu in de hele provincie reageren. Daardoor kan het aantal reacties op gewilde woningen hoger oplopen.’ Volgens Acantus kan het daardoor voor woningzoekenden voelen alsof zij verder naar achteren zijn gekomen op de wachtlijst.
Tegelijk benadrukt de corporatie dat het nog te vroeg is om harde conclusies te trekken. ‘Het platform bestaat pas enkele maanden. We monitoren de effecten.’ Specifiek beleid om starters meer kans te geven, is er niet. Voor Mellema vertaalt dat zich in een gevoel van stilstand. ‘Je trekt overal aan de bel, maar niemand kan iets voor je betekenen. Iedereen wijst naar elkaar. Zoek het maar uit.’
‘Het gaat niet alleen om ons’
Wat haar het meest frustreert, is dat veel jongeren in dezelfde situatie zitten. Via sociale media krijgt ze steeds meer reacties. ‘Ik hoor zoveel verhalen. Schrijnende verhalen. Mensen die al jaren wachten of nergens terechtkunnen.’ Ze probeert die ervaringen te bundelen. ‘Hoe meer verhalen er zijn, hoe sterker we staan. Daarom roep ik ook anderen op om hun verhaal te delen. Schaam je niet. We moeten dit laten zien.’
Wonen als voorwaarde voor de toekomst
Voor Mellema raakt het probleem aan de basis van het leven dat ze wil opbouwen. ‘Jongeren bouwen aan hun toekomst. Maar welke toekomst heb je als je niet eens een plek hebt om te wonen?’ Ze wil in de regio blijven. ‘Ik werk hier, mijn familie is hier, mijn leven is hier. Ik wil hier gewoon wonen. Ik laat me niet wegjagen.’ Een opmerking die ze tijdens haar zoektocht kreeg, is haar bijgebleven.
‘Er werd gezegd dat we misschien contact moesten opnemen met het Leger des Heils. Natuurlijk is het goed dat zoiets bestaat, maar voor mensen die werken en hun leven op orde proberen te krijgen voelt dat gewoon verkeerd.’
Tussen ambitie en werkelijkheid
De combinatie van schaarste, systeem en extra druk door de versterkingsopgave zorgt ervoor dat veel starters weinig perspectief ervaren. Voor hen draait de woningmarkt steeds vaker om één vraag: hoe zij in de regio nog een toekomst kunnen opbouwen.
De gemeente Eemsdelta is om een reactie gevraagd, maar die was bij het verschijnen van dit artikel nog niet ontvangen.




