Eemsdelta – Huurders in Appingedam, Delfzijl, Loppersum en omliggende dorpen laten mogelijk een fors bedrag liggen waar zij wel recht op hebben. Het gaat om vergoedingen bij versterking, sloop en nieuwbouw van sociale huurwoningen in het aardbevingsgebied. Volgens Kim Velleman (0638216013) zijn deze regelingen jarenlang onvoldoende uitgelegd, waardoor bewoners soms duizenden euro’s mislopen.
Dat gebrek aan informatie vertaalt zich concreet in gemiste vergoedingen. En dat is precies waar Velleman voor in de bres springt. Zo bestaat er een overlastvergoeding uit maatregel 12b van het programma Nij Begun. Deze regeling geldt voor huurders van wie de woning tussen 1 januari 2015 en 2 mei 2023 is versterkt, gesloopt of nieuw gebouwd terwijl zij er woonden. De vergoeding bedraagt 740 euro.
Wie niet vraagt, wordt overgeslagen
‘Die regeling bestaat gewoon,’ zegt Velleman. ‘Maar huurders die zijn verhuisd, moeten die vaak zelf aanvragen. Als je niet weet dat dat moet, gebeurt er niets en loop je het geld mis.’ Volgens haar gaan veel bewoners ervan uit dat deze vergoedingen automatisch worden geregeld, terwijl dat in de praktijk lang niet altijd zo is.
Meer mogelijk dan vaak wordt uitgekeerd
Naast de overlastvergoeding is er ook nog de regeling voor zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV) van de Nationaal Coördinator Groningen. Deze regeling bestaat sinds 2022 en is bedoeld om huurders te compenseren voor aanpassingen die zij zelf hebben gedaan aan hun woning of tuin en die verloren gaan bij sloop of versterking.
Huurders kunnen kiezen voor een vaste vergoeding, die voorlopig is vastgesteld op 3.000 euro. Er wordt wel gesproken over een mogelijke verhoging, maar wanneer en of dit daadwerkelijk wordt ingevoerd, is nog niet besloten. Eerder zijn er flyers verspreid waarin een bedrag van 6.500 euro werd genoemd, maar volgens een woordvoerder van de NCG hadden deze flyers niet verspreid mogen worden, omdat er nog geen besluit is genomen over een verhoging van het bedrag.
Wanneer de vaste vergoeding de lading niet dekt, is het mogelijk een kostenopname te laten doen. Daarbij wordt gekeken naar de werkelijke waarde van de aangebrachte voorzieningen. In de praktijk kan dat betekenen dat huurders een aanzienlijk hoger bedrag ontvangen. ‘Het is niet ongebruikelijk dat mensen dan tienduizenden euro’s terugkrijgen,’ zegt Velleman.
Bonnetjes zijn niet altijd nodig
‘Wat veel mensen niet weten,’ zegt Velleman, ‘is dat je geen bonnetjes hoeft in te leveren. Dat wordt nauwelijks actief verteld. Mensen denken: ik heb geen bonnen meer, dus ik krijg niks. En dat klopt dus niet.’
Volgens haar nemen huurders daardoor vaak genoegen met de standaardvergoeding. ‘Ik zie mensen die die vergoeding accepteren omdat ze denken dat ze daar dankbaar voor moeten zijn. Terwijl ze in werkelijkheid misschien recht hebben op een veel hoger bedrag.’
Die gebrekkige communicatie raakt vooral bewoners die jarenlang hebben geïnvesteerd in hun woning. ‘Denk aan mensen die hun huis hebben aangepast omdat ze ouder worden of lichamelijke klachten hebben,’ zegt Velleman. ‘Een aangepaste douche, extra voorzieningen, een tuin waar veel geld en tijd in is gestoken. Bij sloop raken ze dat allemaal kwijt, terwijl daar wel degelijk een vergoeding tegenover kan staan.’
Onvolledige en verwarrende informatie
Een belangrijk knelpunt is volgens Velleman de manier waarop informatie wordt aangeboden. ‘De websites zijn onvolledig en verwarrend,’ zegt ze. ‘De lijsten met wat onder de ZAV-regeling valt, zijn niet compleet en daar zijn huurders de dupe van.’
Zo vallen ook investeringen in tuinen onder de regeling, zoals schuttingen, bestrating, bomen of een schuurtje. Hetzelfde geldt voor aanpassingen in huis, zoals keukens, douchetegels, trapbekleding of andere voorzieningen die huurders zelf hebben aangebracht. ‘Mensen vullen in wat ze zien staan,’ zegt Velleman. ‘Maar wat er niet staat, laten ze weg. En daar gaat het mis.’
Persoonlijke frustratie werd strijd voor rechtvaardigheid
Velleman spreekt niet alleen als belangenbehartiger, maar ook vanuit eigen ervaring. In 2019 kreeg zij als huurder in Appingedam zelf te maken met ingrijpende plannen rond sociale huurwoningen. Er werd gesproken over renovatie, versterking en mogelijke sloop, maar duidelijke informatie over rechten en vergoedingen ontbrak.
‘Ik liep zelf vast in regels en tegenstrijdige verhalen,’ zegt ze. ‘Niemand kon mij glashelder uitleggen waar ik recht op had.’ In gesprekken met andere huurders ontdekte zij dat haar situatie geen uitzondering was. ‘Toen werd duidelijk dat het geen individueel probleem was, maar een structureel probleem. Daar wilde ik wat aan doen.’
Wat begon als persoonlijke frustratie, groeide uit tot actie. Velleman maakte een Facebookpagina, schreef brieven aan instanties en aan de koning en verdiepte zich samen met andere gedupeerde huurders grondig in de materie. Die ervaringen vormden voor haar ook de aanleiding om zich aan te sluiten bij de SP. ‘De SP was de enige partij die naar me wilde luisteren en ook daadwerkelijk iets deed met wat ik vertelde,’ zegt ze. ‘Ik kan slecht tegen onrechtvaardigheid. Jezelf klein houden en genoegen nemen met onduidelijkheid of onrecht, daar schiet niemand iets mee op.’
Het is niet te laat
De ZAV-regeling bestond nog niet voor huurders die vóór 2022 zijn verhuisd. Zij konden destijds geen officiële opname laten maken. Toch kan ook deze groep nu nog een herziening aanvragen. Eigen foto’s en een overzicht van verloren investeringen zijn daarbij vaak voldoende. ‘Die mensen denken vaak dat het te laat is,’ zegt Velleman. ‘Maar dat is in werkelijkheid vaak niet het geval.’
De ervaringen van de afgelopen jaren hebben haar ervan overtuigd dat er structureel iets moet veranderen. Velleman pleit daarom voor een huurdersloket: één centraal punt waar bewoners terechtkunnen met vragen over scheuren, schimmel, vergoedingen en procedures.
‘Nu word je van het kastje naar de muur gestuurd,’ zegt ze. ‘Dat moet echt anders.’ Volgens Velleman is haar boodschap simpel: ‘Het gaat om wat rechtvaardig is. Mensen hebben gewoon recht op dit geld.’ Meer informatie over vergoedingen voor huurders is te vinden via de website van de Nationaal Coördinator Groningen.




