Groningen – In Groningen vlakt de banengroei de komende jaren af. De arbeidsmarkt reageert hiermee op een beperkte groei van de regionale economie en een onrustige wereld. Ook vertalen werkgevers de groei van hun productie en dienstverlening maar voor een deel in extra arbeidsplaatsen. Geopolitieke onrust brengt veel onzekerheid met zich mee. Uitgaande van een spoedig einde van de oorlog in het Midden-Oosten verwacht UWV dat het aantal banen in Groningen en Drenthe tussen 2025 en 2028 nog groeit. Zo blijkt uit de arbeidsmarktprognose Groningen 2026-2028.
Aanhoudend hoge energieprijzen kunnen het economisch beeld echter doen kantelen, waardoor er in Groningen in de jaren 2026 en 2027 maar weinig banen bij komen. Schommelende energieprijzen zijn een van de veranderingen die de arbeidsmarkt momenteel beïnvloeden. Als de energieprijzen weer dalen, herstelt de banengroei. UWV ziet de huidige situatie met hoge energieprijzen dan ook als een tijdelijke dip. De huidige hoge energieprijzen zijn echter een symptoom van een voortdurend veranderende wereld. Ook ontwikkelingen als de opkomst van AI en vergrijzing veranderen de arbeidsmarkt. Juist daarom is het belangrijk dat overheid en werkgevers nu investeren in om- en bijscholing. Alleen door mensen de kans te geven zich te blijven ontwikkelen, kunnen werkgevers, werkenden en werkzoekenden wendbaar en toekomstbestendig blijven.
Ook voor werknemers en werkzoekenden is het essentieel om te blijven investeren in zichzelf. Kennis en vaardigheden verouderen steeds sneller. Wie blijft leren en meebewegen met veranderingen, vergroot zijn kansen en blijft aantrekkelijk voor werkgevers.
Onzekerheid
Erik Oosterveld (arbeidsmarktadviseur UWV): “De huidige geopolitieke onrust zorgt voor onzekerheid. Dit kan ervoor zorgen dat werkgevers tijdelijk voorzichtiger worden met het aantrekken van personeel. Daarbij verandert de arbeidsmarkt snel, bijvoorbeeld door de opkomst van AI en door vergrijzing. We moeten nu vooral niet vergeten dat we, ook als er tijdelijk minder banen bij komen, nog steeds te maken hebben met een krappe arbeidsmarkt en grote maatschappelijke uitdagingen.”
Lichte banengroei als oorlog Midden-Oosten snel eindigt
Als de oorlog in het Midden-Oosten snel eindigt en de energieprijzen snel dalen tot het niveau van februari 2026, neemt het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen in Groningen naar verwachting tussen 2025 en 2028 redelijk toe. Bij aanhoudend hoge energieprijzen vlakt de banengroei verder af. Vooral de bevolkingsontwikkeling en de sectorstructuur zorgen voor verschillen in ontwikkeling tussen de arbeidsmarktregio’s. In Groningen groeit de bevolking minder snel dan gemiddeld in Nederland. De sectorstructuur werkt momenteel in het voordeel van Groningen, vooral door de aanwezigheid van stabiel groeiende sectoren als zorg & welzijn en openbaar bestuur. Per saldo ontwikkelt de banengroei zich in Groningen ongeveer op het landelijk gemiddelde.
Opvallende verschillen
Er zijn opvallende verschillen tussen de sectoren. Zo daalt de werkgelegenheid in de detailhandel, die vooral sterk aanwezig is in stedelijke gebieden in de regio. Ook in de financiële dienstverlening, industrie, groothandel en uitzendbureaus neemt het aantal banen af. In veel andere sectoren blijft de werkgelegenheid de komende jaren groeien. Dit is vooral het geval voor de – in Groningen sterk aanwezige – sectoren zorg & welzijn en openbaar bestuur. Groei is verder te vinden in sectoren als specialistische zakelijke diensten, ICT en bouw, die in Groningen minder sterk aanwezig zijn. Groningen profiteert dan ook minder van deze groeisectoren dan veel andere arbeidsmarktregio’s.
Iedereen is nodig
Erik Oosterveld: “De arbeidsmarkt heeft iedereen nodig om goede zorg te blijven leveren, woningen te bouwen, defensie te versterken en de energietransitie vorm te geven. Een goed opgeleide beroepsbevolking is noodzakelijk, die over de arbeidsloopbaan duurzaam aan het werk is en flexibel kan inspelen op de veranderingen. Het is belangrijk dat werkenden, werkzoekenden en werkgevers blijven investeren in leren en ontwikkelen. Alleen dan blijven zij toekomstbestendig en wendbaar.”




