Hoogezand – De Gemeente Midden-Groningen heeft in 2023 onderzoek laten doen naar de toekomstmogelijkheden van recreatieparken in de gemeente. Een belangrijke conclusie uit het onderzoek was dat de recreatieve functie van de parken behouden moet blijven: ‘Het was, het is en het blijft recreatie’. Een conclusie was ook dat het mogelijk zou moeten zijn om, onder voorwaarden, een persoonsgebonden vergunning te verlenen voor tijdelijke of permanente bewoning. De gemeente heeft nu beleid vastgesteld met betrekking tot het wonen op recreatieparken. Het gaat om regels voor het bewonen van recreatiewoningen en hoe de gemeente handhaaft als er zonder vergunning wordt gewoond.
Hoewel recreatiewoningen op vakantieparken alleen recreatief gebruikt mogen worden, vindt er permanente en tijdelijke bewoning plaats. Dit is lang door de vingers gezien, maar de gemeente is wettelijk verplicht hiertegen op te treden. Met het vaststellen van het beleid om vaste bewoning van recreatiewoningen op vakantieparken aan banden te leggen, geeft het college uitvoering aan eerder door de gemeenteraad gestelde kaders. Het doel daarvan is het scheppen van voorwaarden om de recreatieve functie van de parken te herstellen. Tegelijkertijd is sprake van maatschappelijke druk op de woningmarkt en individuele situaties waarin bewoners kwetsbaar zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft de gemeente aanvullende instrumenten gekregen om hiermee om te gaan. Het college kan persoonsgebonden omgevingsvergunningen verlenen en beschikt over een expliciete bevoegdheid om hierop handhavend toe te zien.
Beleidsregel persoonsgebonden omgevingsvergunning
Met de beleidsregel verlening persoonsgebonden omgevingsvergunningen heeft het college vastgelegd in welke gevallen en onder welke voorwaarden bewoning van recreatiewoningen kan worden toegestaan.
Het beleid maakt onderscheid tussen:
• Permanente bewoning: mogelijk voor personen die op de vastgestelde peildatum (1 juni 2021) aantoonbaar in een recreatiewoning woonden en daar sindsdien ook woonachtig zijn gebleven. De vergunning is strikt persoonsgebonden, niet overdraagbaar en heeft een uitsterfkarakter;
• Tijdelijke bewoning: mogelijk in specifieke situaties, zoals aardbevingsschade, echtscheiding, niet-tijdige oplevering van een woning, arbeidsmigratie of kwetsbare persoonlijke omstandigheden. Deze vergunningen worden verleend voor de duur van 6 maanden en kunnen, met goedkeuring van de gemeente, met 6 maanden worden verlengd (tot in totaal maximaal 24 maanden).
De beleidsregel bevat daarnaast bepalingen over milieuzonering, brandveiligheid, een verbod op bedrijfsmatige activiteiten en een hardheidsclausule voor bijzondere omstandigheden.
Beleidsregel handhaving bewoning recreatiewoningen
Naast vergunningverlening heeft het college een afzonderlijke beleidsregel vastgesteld voor het handhavend optreden tegen bewoning van recreatiewoningen zonder persoonsgebonden omgevingsvergunning. Uitgangspunt hierbij is de beginselplicht tot handhaving. Als geen persoonsgebonden omgevingsvergunning is verleend, wordt handhavend opgetreden tegen strijdig gebruik van recreatiewoningen.
De handhavingsbeleidsregel:
• maakt duidelijk wie als overtreder wordt aangemerkt (huurder én verhuurder/eigenaar);
• bepaalt de hoogte van dwangsommen en de begunstigingstermijn;
• biedt ruimte voor maatwerk via een hardheidsclausule;
• sluit aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet;
• geldt niet voor personen die anders dan met een persoonsgebonden omgevingsvergunning al legaal in een recreatiewoning mogen wonen.
Vertraging na brief voormalig minister Keijzer
De besluitvorming heeft vertraging opgelopen door een brief van Mona Keijzer, voormalig minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over de instructieregel bewoning recreatiewoningen. In deze brief van 19 december 2024 werden uitgangspunten genoemd, maar was nog niet voldoende duidelijk hoe deze zich zou verhouden tot het gemeentelijke beleid. Na een internetconsultatie is de instructieregel op 2 oktober 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee werd de vorm van de instructieregel duidelijk en werd ook duidelijk dat gemeentelijk beleid en de instructieregel niet botsen. Bij eventuele handhaving door de gemeente Midden-Groningen wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de instructieregel: Instructieregel voor bewoning recreatiewoningen in consultatie.




