Regio – Bij de beoordeling van aanvragen voor immateriële schadevergoeding worden woningeigenaren en niet-woningeigenaren voortaan gelijk behandeld. Het gaat bij niet-woningeigenaren onder meer om huurders, duurzaam samenlevende partners en inwonende meerderjarige kinderen.
De wijziging geldt ook met terugwerkende kracht. Wie eerder een aanvraag indiende, kan een vervolgaanvraag doen voor een aanvullende vergoeding. Daarbij geldt de voorwaarde dat het eerdere besluit minimaal zes maanden oud moet zijn. De maximale vergoeding blijft €5.000. Lopende aanvragen en bezwaren worden automatisch volgens de nieuwe regeling beoordeeld.
Sinds eind 2021 kunnen volwassenen een vergoeding aanvragen voor immateriële schade (IMS). Eind 2023 werd de regeling uitgebreid naar kinderen en jongeren tot 17 jaar. Ook krijgen mensen die te maken hebben met versterkingsmaatregelen sindsdien standaard het hoogste bedrag van €5.000. Met de nieuwe aanpassing vervalt nu ook het onderscheid tussen eigenaren en niet-eigenaren.
Aanvragen werden tot nu toe beoordeeld op basis van zogenoemde ‘bouwstenen’: fysieke schade, doorlooptijd, locatie en veiligheid. Voor niet-eigenaren telde het schadebedrag slechts voor de helft mee en de doorlooptijd helemaal niet. Dat verandert nu: alle bouwstenen wegen voor iedereen volledig mee.
De aanpassing vloeit voort uit Nij Begun, het pakket maatregelen dat werd opgesteld na de parlementaire enquête naar de gaswinning. Daarin is afgesproken dat het verschil tussen huurders en woningeigenaren moet verdwijnen.




