Regio – Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) heeft na ruim een jaar onderzoek geconcludeerd dat het overgrote deel van de beoordelingsrapporten binnen de Groningse versterkingsoperatie betrouwbaar is, maar dat in zes specifieke situaties gerichte controles nodig zijn. Daarnaast stelt het college vast dat het vertrouwen van bewoners in het veiligheidsoordeel over hun woning op meerdere fronten onder druk staat. Het advies, getiteld “Beoordeeld, maar vertrouwen onder druk”, is deze week naar de Tweede Kamer gestuurd.
Aanleiding voor het onderzoek
Het ACVG kreeg de adviesvraag in maart 2025 van de toenmalige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), naar aanleiding van aanhoudende signalen uit Groningen. Al eind 2024 lieten lokale bestuurders weten zich zorgen te maken over de kwaliteit van beoordelingsrapporten. Begin 2025 kreeg die discussie een extra impuls door een uitzending van Pointer (KRO-NCRV), waarin tientallen bewoners hun twijfels over de rapporten uitten, en door onderzoek van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), dat concludeerde dat de kwaliteitsborging bij de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) onvoldoende op orde was.
De NCG voert de versterkingsoperatie uit in opdracht van het ministerie van BZK en heeft de taak om ongeveer 28.000 woningen in het aardbevingsgebied te beoordelen op hun veiligheid. Inmiddels zijn vrijwel alle beoordelingen afgerond. Op basis van de uitkomsten van die beoordelingen wordt bepaald of een woning “op norm” is – en dus niet versterkt hoeft te worden – of “niet op norm”, wat kan betekenen dat versterking of in sommige gevallen sloop en nieuwbouw nodig is.
Grootschalig onderzoek
Voor het advies analyseerde het ACVG de dossiers van 268 woningen: 181 adressen waarover bewoners, hun vertegenwoordigers of juridische en technische adviseurs vragen hadden, aangevuld met een controlegroep van 87 willekeurig gekozen adressen zonder bekende signalen. Daarnaast onderzocht het college 337 beslissingen op bezwaarschriften en bracht het bezoeken aan 42 woningen om te controleren of de gegevens uit de opnamerapporten overeenkomen met de werkelijke situatie. Ook sprak het ACVG met 23 bewoners, met advocaten, een bouwadviesbureau, de Nationale Ombudsman, maatschappelijke organisaties als de Groninger Bodembeweging en Stut en Steun, en met bestuurders van de vijf aardbevingsgemeenten.
Zes situaties die om extra controle vragen
Het ACVG concludeert dat het veiligheidsoordeel doorgaans is gebaseerd op uitgebreide technische analyses en dat de NCG en de betrokken ingenieursbureaus in staat zijn gebleken goede beoordelingen uit te voeren. Toch wijst het college zes specifieke situaties aan waarin het oordeel “op norm” of “niet op norm” onvoldoende betrouwbaar is. Het gaat onder meer om woningen met incomplete dossiers, woningen waarbij bepaalde bouwdelen mogelijk ten onrechte buiten de berekening zijn gehouden, en woningen met mogelijk ernstige scheuren, scheefstand of uitbuiging van muren die niet goed in de beoordeling zijn meegenomen. Ook noemt het ACVG situaties waarin bij complexe berekeningen aannames zijn gedaan die niet of onvoldoende in de praktijk zijn gecontroleerd.
Een onjuist veiligheidsoordeel betekent dit niet automatisch, benadrukt het ACVG, maar wel dat gerichte controles nodig zijn om twijfel weg te nemen – zowel bij al afgeronde als bij nog lopende beoordelingen. Naar schatting kan dit bij 1 tot 1,5 procent van de beoordelingen binnen deze situaties leiden tot een ander veiligheidsoordeel.
Voor de overige, veruit de meeste, beoordelingen acht het ACVG de kans zeer klein dat eventuele onvolkomenheden van invloed zijn geweest op het veiligheidsoordeel. Fouten zoals afwijkende afmetingen, verkeerd vermelde materialen of onjuist genoteerde bouwdelen komen volgens het college wel voor, maar geven op zichzelf geen aanleiding om aan de juistheid van het oordeel te twijfelen.
Vertrouwen onder druk
Op de tweede onderzoeksvraag – wat het vertrouwen van bewoners beïnvloedt – is de uitkomst minder positief. Het ACVG toetste het proces aan twaalf factoren, waaronder begrijpelijkheid, erkenning, participatie, zorgvuldigheid, communicatie en motivering, en signaleert op elk van die punten knelpunten.
Veel bewoners voelen zich onvoldoende betrokken bij de opname en beoordeling van hun woning. Hun eigen kennis over de bouwkundige staat, of de bevindingen van contra-experts, krijgt naar hun ervaring weinig gewicht. Daarnaast wordt het uiteindelijke besluit volgens het ACVG vaak te summier toegelicht: voor de motivering wordt verwezen naar het beoordelingsrapport, terwijl dat rapport zelf weinig uitleg geeft over hoe het oordeel precies is bepaald. Vragen over de rol van schade in de berekening, verschillen tussen vergelijkbare woningen of afwijkingen van eerder gewekte verwachtingen blijven daardoor vaak onbeantwoord. Ook de fouten en onzorgvuldigheden die bewoners in hun dossiers signaleren, tasten – los van de technische juistheid van het oordeel – het vertrouwen in de zorgvuldigheid van de beoordeling aan.
Aanbevelingen en vervolg
Het ACVG adviseert de NCG om de zes genoemde situaties gericht te onderzoeken en te herstellen, de kennis van bewoners structureel een plek te geven in het beoordelingsproces, en te werken aan meer standaardisatie, betere dossiervorming en systematisch leren van eerdere beoordelingen. Voor het herstel van vertrouwen pleit het college voor een betere motivering van besluiten, een sterkere dialoog met bewoners en duidelijkere publieksinformatie vanuit de NCG.
Het college benadrukt dat de voortdurende bijsturing van de versterkingsoperatie en de jarenlange druk op snelheid hebben bijgedragen aan de huidige situatie, en adviseert de minister de NCG de tijd en ruimte te geven om de aanbevelingen zorgvuldig op te pakken, met een goede balans tussen kwaliteit en tempo.
De minister van BZK heeft het advies direct na ontvangst doorgestuurd naar de Tweede Kamer en laat weten later met een inhoudelijke reactie te komen. De NCG meldt op zijn website de conclusies serieus te nemen en de aanbevelingen te zullen opvolgen.




