Delfzijl – Tachtig miljoen euro is er nodig voor een nieuw Huis van Cultuur en Bestuur. Tegelijkertijd groeien kinderen op in schimmelwoningen, en kunnen jongeren, zoals ik, geen betaalbare woning vinden. Dertigers wonen noodgedwongen bij hun ouders. Hun leven staat stil. Dat wringt — en het wringt des te meer omdat dit geen noodlot is, maar een bewuste politieke keuze. Een keuze die de prioriteiten volledig uit het oog verliest.
Bijna negen jaar geleden kreeg cabaretier Guido Weijers tijdens een optreden in Delfzijl een nat pak, doordat regenwater via een lekkend dak op het podium viel. Het beeld ging het land door en werd een gênant symbool voor de staat van theater De Molenberg. Dat er iets moest gebeuren, daar was iedereen het over eens. Maar wat begon als een terechte roep om onderhoud, is inmiddels uitgegroeid tot een megalomaan plan waarin noodzakelijke renovatie is ingeruild voor bestuurlijk prestige.
Natuurlijk doet cultuur ertoe. Van tribute bands tot cabaret en van Ernst en Bobbie tot Freek Vonk: inwoners verdienen een theater dat veilig, toegankelijk en toekomstbestendig is. En ja, ook ambtenaren verdienen een fatsoenlijke werkplek. Maar dat rechtvaardigt geen peperduur icoonproject waarin cultuur en bestuur samenkomen in een nieuw werkpaleis. Zeker niet nu de gemeente moet bezuinigen, voorzieningen onder druk staan en steeds meer inwoners elke euro moeten omdraaien omdat de prijzen voor boodschappen en energie blijven stijgen.
Een raming is zelden het eindbedrag
Het Huis van Cultuur en Bestuur staat momenteel geraamd op 80 miljoen euro. Wie ervaring heeft met dit soort projecten weet echter: “geraamd” betekent vrijwel altijd “duurder”. Kijk naar Winschoten, waar het nieuwe gemeentehuis eerst op zo’n 20 miljoen euro werd begroot, maar uiteindelijk meer dan 31 miljoen kostte — bijna 60 procent hoger dan gepland. Ook het Forum in Groningen laat zien hoe culturele icoonprojecten tientallen miljoenen duurder kunnen uitvallen dan vooraf beloofd.
En wie betaalt de rekening?
Wie betaalt de rekening? Die vraag leeft bij veel inwoners. Want als de kosten oplopen, wie draait er dan voor op? Dat zijn zelden de sterkste schouders. Het zijn inwoners die te maken krijgen met hogere lasten, minder ondersteuning, minder zorg, minder onderhoud van de openbare ruimte en minder mensen achter de balie die kunnen helpen. De WMO zal niet verdwijnen, maar het is naïef om te denken dat deze niet soberder, strenger of moeilijker toegankelijk wordt. Steeds opnieuw zijn het dezelfde mensen die de prijs betalen.
Bezuinigen is al realiteit
Het gemeentebestuur werkt al geruime tijd aan een fors bezuinigingsprogramma. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. De gemeente zal binnenkort minder geld van het rijk ontvangen voor onder meer de WMO en de jeugdzorg. Onze gemeente loopt nu al achter als het gaat om brede welvaart, en met deze ingrepen dreigt de ongelijkheid verder toe te nemen. Juist nú zijn scherpe keuzes nodig: investeren in wonen, in zorg en in leefbare wijken. In mensen — niet in prestige.
Kies voor mensen, niet voor dure werkpaleizen
Niemand wil regen op het podium. Maar nog minder willen we dat inwoners het water aan de lippen staat. Als de keuze is tussen een paleis voor bestuur en cultuur of een fatsoenlijk bestaan voor inwoners, dan is die keuze simpel. Doe wat nodig is om het theater te renoveren, maar laat je inwoners niet in de steek.
Lars Werther (27), Delfzijl, nummer 2-kandidaat gemeenteraadsverkiezingen SP Eemsdelta




