Nederland – Het uitstellen van onderhoud aan Nederlandse infrastructuur lost het probleem niet op, maar maakt het duurder. Dat is de kern van een groeiend debat over het financieringsbeleid van minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat, die de komende jaren minder geld beschikbaar stelt voor het onderhoud van wegen, vaarwegen, dijken en spoorwegen.
De redenering van het ministerie — dat er na jarenlang uitstel nu kritisch gekeken moet worden waar geld het hardst nodig is — wordt door critici bestempeld als een bezuiniging die de rekening naar de toekomst doorschuift. Maar die rekening wordt dan wel hoger.
Miljarden aan achterstallig onderhoud
De Algemene Rekenkamer concludeerde in recent verantwoordingsonderzoek dat infrastructuur op de zogeheten Hoogrisicolijst staat: de lijst van grootste risico’s voor het behalen van maatschappelijke overheidsdoelstellingen. Budgetten waren structureel te laag om de benodigde kwaliteit te behouden. Om de achterstand in te halen is volgens de Rekenkamer 34,5 miljard euro nodig.
Vakblad HZC schat het benodigde bedrag nog hoger: ruim 36 miljard euro, verdeeld over het hoofdwegennet, vaarwegen, dijken en dammen en spoorwegen. Daarbij komt dat lagere overheden meer dan 80 procent van de civiele infrastructuur in Nederland beheren, met een totale waarde van circa 347 miljard euro. Het achterstallig onderhoud daaraan wordt geschat op meer dan 80 miljard euro.
Veiligheidsrisico’s en personeelstekort
Het gaat niet alleen om papieren risico’s. Volgens de meest recente Staat van de Infrastructuur staan 104 objecten onder verscherpte monitoring vanwege acute veiligheidsrisico’s. Bij 80 objecten zijn al directe fysieke beperkingen van kracht. Experts sluiten een ernstig incident niet uit als het achterstallig onderhoud verder oploopt. In 2018 stortte in het Italiaanse Genua een brug in met dodelijke gevolgen.
Daarnaast dreigt een capaciteitsprobleem: de uitstroom van gespecialiseerde vakmensen zet de continuïteit van wegenbouw- en spooraannemers onder druk. Verder uitstel vergroot dat risico.
Eerder investeren is goedkoper
Economen en infrastructuurexperts pleiten voor een andere aanpak: financier het onderhoud nu, ook als dat leidt tot een tijdelijk hoger overheidstekort. Die kosten worden dan ook doorgeschoven naar de toekomst, maar zonder de bijkomende veiligheidsrisico’s, capaciteitsproblemen en het verlies van gespecialiseerde kennis in de sector. Na de zomer moet het kabinet duidelijkheid geven over zijn keuzes.
Voor de regio Eemsdelta betekent het huidige beleid dat gepland onderhoud aan onder meer de A7, A28 en N33 voorlopig niet doorgaat, met alle gevolgen van dien voor de staat van het wegennet in Noord-Nederland.




