Delfzijl – De Stichting Zuidelijke Dorpen Delfzijl (SZDD) reageert met verbazing en teleurstelling op een artikel in het Dagblad van het Noorden van 20 september, waarin staat dat de Rijksoverheid geen aanvullend onderzoek laat uitvoeren naar de verhoogde gezondheidsrisico’s rond de zware industrie in Delfzijl en omgeving.
De stichting vertegenwoordigt zes dorpen in de zuidelijke regio rond Delfzijl, grenzend aan het Chemiepark en het Oosterhornterrein. Volgens SZDD maken inwoners zich al jaren zorgen over luchtkwaliteit, uitstoot en lozingen, en over de gevolgen van de uitbreidingsplannen van de industrie. “Juist in een regio waar gezondheidsachterstanden al bekend zijn, is het onbegrijpelijk dat het Rijk geen meerwaarde ziet in aanvullend onderzoek,” aldus de stichting.
Het ministerie stelt dat bestaande onderzoeken en afspraken met de industrie voldoende zijn. Volgens SZDD gaat dit echter voorbij aan de dagelijkse werkelijkheid van omwonenden. “Er ontbreekt inzicht in de samenhang en stapeling van emissies en lozingen. Daardoor is er feitelijk geen volledig beeld van de risico’s voor de gezondheid,” zegt de stichting.
Daarnaast bekritiseert SZDD dat de verantwoordelijkheid vooral bij de provincie wordt neergelegd, terwijl grootschalig en onafhankelijk onderzoek juist een taak van het Rijk zou moeten zijn. “Daarmee laat men inwoners in een kwetsbare regio in de steek,” stelt de stichting.
SZDD wijst erop dat de inwoners in dit gebied met meerdere problemen tegelijk worden geconfronteerd: onveilige huizen door gaswinning, een verder groeiend industrieterrein met bedrijven die werken met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en een landschap dat wordt gedomineerd door meer dan honderd windturbines met hinderlijke nachtverlichting.
De stichting roept de provincie Groningen én de Rijksoverheid met klem op alsnog hun verantwoordelijkheid te nemen. “Alleen een onafhankelijk en integraal onderzoek kan een eerlijk en volledig beeld geven van de gezondheidsrisico’s rond Delfzijl. Dat is noodzakelijk om passende maatregelen te nemen én om het vertrouwen van de bevolking terug te winnen, die steeds vaker het gevoel heeft dat haar woonomgeving het afvalputje van Nederland wordt.”




