DelfzijlGroningen Seaports, Ring Advies, de Biogeoloog, Smals Dredging en Baggerbedrijf de Boer zetten zich samen in voor een proefproject om slib uit het Waddenestuarium (Eems) in te zetten als grondverbeteraar in de Veenkoloniën. Vanmorgen is de aftrap gegeven met het uitstrooien van het eerste ‘Waddenslib’ op de akkergronden nabij Veendam.

De aanleiding voor dit project is de afspraak binnen “Ecologie en Economie in balans” om te zoeken naar projecten die zowel ecologie als economie versterken. Rijkswaterstaat en Provincie Groningen subsidiëren het project. Zij zien de praktijkproef als een opstap naar gebruik van slib als grondstof om het sliboverschot in het Eemsestuarium te verlagen.

In plaats van het uit te baggeren slib op een andere plek in het Waddenestuarium te deponeren, wordt het nu verwerkt en krijgt het een bestemming als verbetering van de kwaliteit van de vaak stoffige en mineraalarme zandgronden. Gedeputeerde Henk Staghouwer (landbouw en natuur) is erg enthousiast over het project en ziet  internationale kansen voor het gebruik. “Half februari was ik op bezoek bij de staatskanselarij van de deelstaat Niedersachsen. Daar heeft men belangstelling voor deze zaken. We hebben afgesproken om structureel informatie uit te wisselen en liefst ook een samenwerkingsvorm te beginnen”. Elze Klinkhammer, directielid van Rijkswaterstaat: “Ik ben verheugd dat uit recent onderzoek blijkt dat slib uit het systeem halen in de Eems, helpt om het leven in dat watersysteem te verbeteren. Als waterkwaliteitsbeheerder draagt Rijkswaterstaat hier graag aan bij.”

Groningen Seaports, heeft al in april 2014 een werksessie georganiseerd om de toepassingsmogelijkheden van het slib te verkennen. Hieruit kwam toepassing voor natuurontwikkeling, dijkversterking en landbouw naar voren. In oktober 2014 zijn Ring Advies, de Biogeoloog, Smals Dredging en Baggerbedrijf de Boer met Groningen Seaports rond de tafel gegaan om een praktijkproef met slib voor grondverbetering in de Veenkoloniën op te zetten. Gezien de hoge verwachtingen heeft dit geleid tot een praktijkproef die ca. één jaar gaat duren. De praktijkproef is de voorlopig eerste fase, waarin duidelijk moet worden of landbouwgewassen daadwerkelijk baat hebben en geen schade ondervinden bij de toepassing van het (zout) slib als meststof. Hierbij wordt het slib met een laagdikte van circa 3 cm dik op de proefvelden (vooral bieten en grasland) aangebracht en ondergewerkt. Na één groeiseizoen kan een eerste voorlopige conclusie worden getrokken. Is het resultaat positief, dan wordt een tweede fase met een grotere praktijkproef opgestart waarin onderzoeksinstellingen worden betrokken. Kan de potentie van waddenslib voor zandgrondverbetering in de praktijk worden aangetoond, dan kan tevens duidelijk worden of vermarkting van waddenslib economisch haalbaar is.