Foto: Jos Schuurman

Den Haag – Zware gewelds- en zedendelinquenten en tbs-gestelden komen langer onder intensief toezicht te staan en keren onder voorwaarden terug in de samenleving. Bij terugvalgedrag en (dreigende) recidive kan zo direct worden ingegrepen. Dat staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie), waarmee de Eerste Kamer vandaag heeft ingestemd. De nieuwe wet moet de samenleving meer bescherming bieden.

De rechter kan aan een zware gewelds- of zedendelinquent een zelfstandige maatregel opleggen voor een periode van twee, drie, vier of vijf jaar. Daarna kan hij de maatregel telkens verlengen, zolang daar aanleiding toe is. Ook kan de rechter voorwaarden stellen aan zijn vrijlating, zoals een verbod om drugs of alcohol te gebruiken, de plicht om een behandeling te ondergaan, of een verbod om een bepaald soort vrijwilligerswerk te verrichten. Met het laatste wil het kabinet  voorkomen dat deze delinquenten terechtkomen bij organisaties op het gebied van kinderverzorging en –opvang, of van andere kwetsbare groepen, zoals ouderen of daklozen.

Daarnaast is een gebiedsverbod of een verhuisplicht mogelijk. Bijvoorbeeld als het slachtoffer in de buurt van de dader woont. Een reisverbod zal vooral nuttig kunnen zijn bij personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenhandel, of bij zedendelinquenten die zich mogelijk schuldig zullen maken aan (kinder)sekstoerisme in het buitenland.

Verder kan de rechter de proeftijd bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling eenmaal verlengen met ten hoogste twee jaar. Voor zeden- en zware geweldsdelinquenten geldt dat de proeftijd telkens met ten hoogste twee jaar verlengd kan worden. Reclassering, openbaar ministerie en politie, maar ook de Dienst Justitiële Inrichtingen en het CJIB bereiden zich zorgvuldig voor op toepassing van de wet in de praktijk. Het streven is de wet op 1 juli 2016 in werking te laten treden.

Advertenties