Nederland – Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid kondigde op 12 juni een pakket maatregelen aan voor de markt voor online kansspelen, meldde het ministerie in een persbericht. Er komt een vrijwel volledig verbod op reclame voor online kansspelen en een verbod op het aanbieden van bonussen, zoals gratis inzetten bij het aanmaken van een account. Op termijn moet er ook een overkoepelende speellimiet komen die geldt voor alle vergunninghouders samen, in plaats van de huidige limieten per aanbieder. Het kabinet onderzoekt daarnaast of het aantal vergunninghouders, momenteel dertig, kan worden beperkt. Concreet gevolg voor spelers: welkomstbonussen en het meeste marketingmateriaal verdwijnen zodra de wetswijziging is doorgevoerd, al moet die eerst nog door het parlement.
Bestaande vergunningen lopen dit najaar af
Los van die aangekondigde wetswijziging speelt er dit jaar nog iets anders: de eerste vergunningen voor online kansspelen, uitgegeven in september 2021, hebben een looptijd van vijf jaar en lopen op 1 oktober 2026 af. Aanbieders die een vervolgvergunning willen, moeten voldoen aan de per 1 januari 2026 aangepaste ‘Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand’ (BRVKOA 2026) van de Kansspelautoriteit, met nieuwe verplichtingen voor alle aanvragers. Voor de toezichthouder valt dat samen met de aankondiging van het kabinet, maar het gaat om twee losse trajecten: het ene regelt de huidige vergunningen, het andere de wet voor de langere termijn. Van de dertig vergunningen die er medio 2025 waren afgegeven, werden er destijds zevenentwintig daadwerkelijk geëxploiteerd; bij de overige drie was de aanbieder nog niet gestart met aanbieden. Die verhouding geeft een indicatie van hoeveel van de huidige vergunninghouders dit najaar daadwerkelijk een vervolgaanvraag moeten indienen.
Markt is de afgelopen periode redelijk stabiel gebleven
Uit de eigen cijfers van de toezichthouder blijkt dat de gereguleerde markt zich inmiddels heeft gezet. Het aantal vergunninghouders, hun omzet en het aantal spelers liggen al enkele rapportages op rij nagenoeg op hetzelfde niveau. Voor jongvolwassenen tot 24 jaar gelden aparte regels: voor hen is geen welkomstbonus beschikbaar en gelden lagere stortingslimieten dan voor spelers van 25 jaar en ouder. Wie wil nagaan of een aanbieder daadwerkelijk over zo’n vergunning beschikt, kan bijvoorbeeld het overzicht van legaal online casino Nederland van Gambling.com raadplegen, waarin vergunde partijen op een rij worden gezet. De zogenoemde kanalisatiegraad, het aandeel spelers dat bij een vergunde aanbieder speelt in plaats van bij een aanbieder zonder vergunning, is volgens de toezichthouder in de laatste rapportages eveneens stabiel gebleven.
De hogere kansspelbelasting bracht minder op dan gepland
Een deel van het beleid van de afgelopen jaren richtte zich niet op reclame of vergunningen, maar op de schatkist. Per 1 januari 2025 ging de kansspelbelasting van 30,5 naar 34,2 procent, en per 1 januari 2026 verder naar 37,8 procent. Het doel was extra belastinginkomsten van 108 miljoen euro in 2025 en 216 miljoen euro in 2026, maar uit een gezamenlijke monitor van het ministerie van Financiën en de Kansspelautoriteit blijkt dat de opbrengst in de praktijk veel lager uitvalt: ongeveer 2 miljoen euro extra in 2025 en een verwachte 57 miljoen euro in 2026. De belastingverhoging blijkt dus lastiger te vertalen naar extra inkomsten voor de Staat dan vooraf berekend.
Ook lokale politiek bemoeit zich met consumentenregels
Dat de landelijke politiek zich intensiever met de kansspelmarkt bezighoudt, past in een breder patroon waarin volksvertegenwoordigers zich steeds vaker mengen in regels die rechtstreeks de portemonnee van consumenten raken. Dat gebeurt niet alleen op kansspelgebied: zo voerde ook de SP in de Provinciale Staten van Groningen actie voor het behoud van een andere consumentenregeling, te lezen in onze berichtgeving over het pleidooi van de SP voor het behoud van de ouderenkorting op het openbaar vervoer. Beide dossiers laten zien dat regels die in Den Haag worden bedacht, uiteindelijk voelbaar zijn tot op provinciaal niveau: de ene keer gaat het om een korting op het openbaar vervoer, de andere keer om de voorwaarden waaronder een kansspelaanbieder zich op de Nederlandse markt mag begeven. In beide gevallen zijn het uiteindelijk de provinciale en gemeentelijke vertegenwoordigers die de landelijke besluiten vertalen naar vragen over wat het concreet betekent voor hun eigen inwoners.
Voor nu geldt: de aankondiging van 12 juni moet nog worden omgezet in een wetsvoorstel, langs de Raad van State en het parlement, en is dus nog geen geldend recht. Wat al wel van kracht is, zijn de eerdere aanscherpingen zoals het verbod op ongerichte reclame en de hogere kansspelbelasting, en de aangepaste vergunningsvoorwaarden die dit najaar ingaan voor de eerste lichting aanbieders. Voor spelers en toezichthouders betekent dat vooral een periode waarin twee sporen tegelijk lopen: de regels die al gelden, en een wetswijziging die nog vorm moet krijgen.




